Oud-Feyenoorder Dirk Kuyt heeft gisteren op zijn officiële afscheid in de Kuip de Faas Wilkes Sportprijs en de Wolfert van Borselen penning ontvangen uit handen van burgemeester Ahmed Aboutaleb.

Dirk Kuyt (Katwijk, 22 juli 1980) speelde van 2003 tot 2006 drie seizoenen bij Feyenoord en van 2015 tot 2017 twee seizoenen. In 2016 won Feyenoord de KNVB-beker, en op 14 mei 2017 haalde de club op de laatste speeldag van de competitie de vijftiende landstitel binnen: de eerste sinds 1999. Aanvoerder Kuyt maakte in die wedstrijd tegen Heracles Almelo (3-1) alle Feyenoord-goals. De huldiging op 15 mei trok zo’n 150.000 Feyenoord-fans naar de Coolsingel.

Afscheid

Vandaag nam Kuyt in de Kuip officieel afscheid als profvoetballer op de ‘Dirk Kuyt Testimonial’. Na de erewedstrijd kreeg hij van burgemeester Aboutaleb de Faas Wilkes Sportprijs als oeuvreprijs, vanwege zijn grote verdiensten voor de Nederlandse voetbalsport en voor Feyenoord en Rotterdam in het bijzonder. Deze prijs voor sportmensen bestaat uit een passe-partout met een zeefdruk van Faas Wilkes (1923-2006), een van de beroemdste voetballers uit Rotterdam.

Kampioenendag

Burgemeester Aboutaleb roemde Kuyt niet alleen als sportkampioen, maar ook als rolmodel en sociaal betrokken mens. Al sinds 2005 helpt de Dirk Kuyt Foundation kinderen en volwassenen met een fysieke of geestelijke beperking te sporten, via allerlei evenementen. Zo houdt de stichting op 16 juni de tweede ‘Kampioenendag’ bij Quick Boys in Katwijk, waar Kuyt zijn voetbalcarrière begon.

Vanwege zijn maatschappelijke inzet mocht Kuyt ook de Wolfert van Borselenpenning in ontvangst nemen. Met deze zilveren penning en bijbehorende draagspeld eert Rotterdam mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld voor de gemeenschap. De voorzijde toont het ridderzegel van de edelman die Rotterdam in 1299 de eerste stadsrechten verleende. De achterzijde bevat de uitreikingsdatum en een persoonlijke inscriptie. Op de penning van Kuyt staat een uitspraak van hemzelf: ‘Mooi om de wereld te laten zien wat mogelijk is’.

Bron: Gemeente Rotterdam

Deel dit artikel